‘Ik geloof dat vakmensen op basis van hun gevoel hele goede dingen kunnen doen’

Albert Vader, wethouder Jeugd, Volksgezondheid, Zorg & Welzijn in Vlissingen, ziet in de transformatiedialogen meer dan een nieuwe manier van verantwoorden van de kosten van de zorg. Niet meer alleen via de cijfers, maar ook via de verhalen van de hulpverleners in de jeugdzorg. Hoe ziet de wethouder dit meervoudig verantwoorden? En welke vernieuwende plannen heeft hij nog meer?

Waarom vind je het belangrijk om op een andere manier te verantwoorden?

‘Toen ik in 2015 de eerste kwartaalrapportage van het Inkoopbureau Jeugdhulp Zeeland kreeg, bestond deze uit 65 pagina’s met cijfers. Geen enkele andere vorm van verantwoording. Ik vroeg mij af: wat hebben die cijfers te betekenen? Hoe krijg ik het verhaal erachter boven water?’

Je doet dit niet alleen.

‘Klopt, ik doe dit experiment in “meervoudig verantwoorden” samen met Saskia Szarafinski, wethouder Zorg & Welzijn in Middelburg en Chris Maas, wethouder in de gemeente Veere. Wij werken al langer samen. Ik werd wethouder in mei 2014, een halfjaar voor de transitie van de zorg. Ik had het gevoel: dit is zo groot, dat moet je met elkaar doen. Saskia, Chris en ik vonden elkaar op de inhoud en op de noodzaak om het samen te doen. Maar wij zeiden ook: wij gaan hiervoor geen harkje tekenen of een nieuwe organisatie optuigen. Uitsluitend vanwege de borging van het personeel in Porthos, onze toegang tot zorg voor de drie Walcherse gemeenten, hebben we gevraagd of Veere gastgemeente wilde zijn. Het mooie is: het is nooit de vraag geweest of we elkaar vertrouwden.’

Hoe zijn de transformatiedialogen verlopen?

‘Wat opviel, was dat de gesprekken tijdens de eerste sessie meteen over de inhoud gingen. De zorgverleners bleken elkaar uitstekend over de organisatiegrenzen heen te kunnen vinden. Daar zit ook vertrouwen in elkaar. Terecht vroegen ze hoe wij de bestuurders van hun organisaties ook zover kunnen krijgen dat ze over grenzen heenkijken. Na de tweede sessie waren wij Walcherse wethouders toch wat in verwarring: hoe kom je tot verantwoording? Hoe breng je deze systematiek naar de raad? Wij waren weer even in het oude gedachtepatroon beland: op papier laten zien, planning en control. Ook bij ons wil dat dominante referentiekader het soms weer even overnemen. Jan Smit van Broosz zette ons weer op het juiste spoor: alleen al het organiseren van deze bijeenkomst, het gesprek zélf is de verantwoording.’

Hoe werkt dat verantwoorden via verhalen?

‘Ik zal een voorbeeld geven. Tijdens de derde transformatiedialoog vertelde een hulpverlener van Veilig Thuis een indrukwekkend verhaal. Ze vertelde dat ze op een avond melding had gekregen van een baby met een schedelfractuur; door toedoen van de ouders. In het weekend organiseerde ze direct een familienetwerkberaad: met het netwerk van zorgverleners en instanties, maar ook van opa’s, oma’s en andere familieleden. Zij zag de mensen achter het verhaal en besloot ter plekke dat ze het kind niet onder toezicht zou stellen. Ze zag nog voldoende kracht in de ouders en het netwerk eromheen. Met hen stelde ze een veiligheidsplan op. En ze besloot het risico te nemen. Een enorm stoer besluit, want stel dat het fout gaat, dan zou ze een lawine over zich heen hebben gekregen. Maar van de andere hulpverleners, die haar verhaal tijdens de transformatiedialogen aan hoorden, zei niemand: “Wat heb je nu gedaan!” Door de manier waarop ze het vertelde, hadden ze vertrouwen in haar vakmanschap en oordeel. Zet dit voorval nu een in een rapport zonder haar overwegingen en argumenten mee te nemen, zonder haar inschattingsvermogen en menselijk gevoel. Dat komt toch niet over?

Of een ander voorbeeld. Neem de jongerenwerkers die bij deze transformatiedialogen aanwezig zijn. Die jongens doen zulk mooi werk. Zij gaan ’s avonds tussen de hangjongeren voor de supermarkt staan, omdat de caissières anders niet naar huis durven. Zij trekken jongens mee naar het voetbalveld, om te voorkomen dat zij ongein uitspoken. Ze hebben ook aan de zelfkant van de maatschappij gestaan, zij spreken de taal van de jongeren en doen nu ongelooflijk belangrijk werk. Protocol? Ammehoela! Zij staan om 01.00 uur ‘s nachts bij de botsauto’s. Door deze manier van verantwoorden wordt dat weer zichtbaar. Deze vergeten verhalen van de zorg, die toevallig wel het hart zijn van goede zorg.’

De vergeten verhalen?

‘Ik geloof dat vakmensen in de zorg juist op basis van hun gevoel hele goede dingen kunnen doen. De beslissing “ik hoef dit kind niet bij de ouders weg te halen” of “dit meisje moet niet van school gestuurd worden” of “deze jongen moet niet gearresteerd worden”, kan levensreddend zijn. Precies datgene wat nodig is om de jongere of het kind weer op het goede spoor te krijgen. Als we ons allemaal aan protocollen vasthouden, uit angst dat we anders de schuld krijgen als het misgaat, maken we juist dit stuk vakmanschap kapot. We hebben deze verhalen nodig om dit vakmanschap te redden.’

Kan de politiek dat aan?

‘Moeilijk, denk ik. De eerste stap om verantwoordingsangst te overwinnen, is dat ik als wethouder heel gedecideerd zeg dat de wethouder achter je staat als je als vakmens een dappere beslissing neemt. Dat ik geen zondebok ga zoeken. Nu de zorg politiek is geworden, ben ik bang dat er nog meer gestuurd gaat worden op incidenten. Dat we nog meer in de kramp schieten van de regelgeving, omdat de wereld niet maakbaar is. En er kan altijd iets gebeuren, hè? Pasgeleden was ik op een congres waar een voorbeeld werd gegeven van een cliënt met ernstige epilepsie, die toch op haar scootmobiel naar haar werk wilde blijven gaan. Het was haar uitdrukkelijke wens en de instelling wilde die respecteren. Dat betekende dat de zorgverleners en de cliënt een bewust risico namen. Het noodlot wil dat de vrouw een aanval kreeg op haar scootmobiel, viel en verdronk in tien centimeter water. Dat is natuurlijk verschrikkelijk. En toch denk ik dat je dit soort risico’s moet blijven nemen, als het bijvoorbeeld de kwaliteit van leven vergroot. Natuurlijk gebeuren er ook drama’s waar geen zorgvuldig besluit aan vooraf is gegaan. Ook die moet je niet proberen uit te bannen. Risicomijdend gedrag is mijns inziens de bron van veel ellende. Wij moeten naar een wereld toe van: dat heb ik gedaan en om die en die reden. Dat instanties dat geloven en aannemen en niet alsnog om vinken en lijstjes vragen. Zo’n weloverwogen en goed beargumenteerd besluit wordt overigens ook bij de Officier van Justitie als voldoende verantwoording gezien. Maar zo’n houding is voor de politiek natuurlijk verschrikkelijk moeilijk. De risico-regelreflex zit tot in onze haarvaten.’

Hoe willen jullie de politiek hierin meenemen?

‘Saskia, Chris en ik willen onze raden meenemen in een gezamenlijke commissievergadering van de drie gemeenten. Daar willen we dit soort verhalen van hulpverleners vertellen of misschien wel door henzelf laten vertellen. En de gemeenteraad meenemen in het proces dat wij hebben doorlopen. Daarnaast willen wij vooraf of achteraf een persgesprek hebben, om de pers hierin mee te nemen. Tot nu toe heb ik geluk met deze gemeenteraad. Ik kan het gesprek goed met hen aan. Dat is een groot goed, want als de raad mij niet zou geloven, dan kan ik niet vernieuwen. Maar ja, anderzijds, er kan zo ineens iets mis gaan. Een goed besluit van een vakman of -vrouw, kan toch verkeerd uitpakken. En dan is het toch van: wat gaat de wethouder hieraan doen? En dan ga ik zeggen: die gaat er niets aan doen. Dat wordt een interessant gesprek! Want dat is voor een raad heel ingewikkeld. Uiteindelijk geldt daar het vinden van de balans tussen loslaten en grip houden.’

En hebben jullie nog andere vernieuwende plannen?

‘Ja, wij willen ook de financieringssystematiek van de zorg onder de loep nemen. Want ook door onze huidige financieringswijze van P maal Q, leggen we per geval verantwoording af. P maal Q betekent product maal aantal. Dus wij kopen honderd keer een bepaald zorgproduct in. Bijvoorbeeld: honderd keer “veilige start” of honderd keer “dwang”. Als zorginstelling moet je verantwoorden welk product je hoe vaak hebt ingezet voor welke patiënt. Er ontstaat ook een systematiek van uurtje factuurtje, belastend voor organisaties en nadelig voor de cliënt. Daar moeten we vanaf. Zorg verlenen is een openeindregeling. De prijs regelen wij op de achtergrond; daar heeft de patiënt geen boodschap aan. Daarbij staat keuzevrijheid voorop. In 2017 zouden wij een nieuwe vorm van financieren willen afspreken met één van de aanbieders van jeugdhulp. Op Walcheren passen we dan een vorm van regiofinanciering toe. Aan het eind van het jaar, of per halfjaar legt de organisatie verantwoording af in de vorm van verhalen en feiten. Maar dat moet de gemeenteraad ook slikken. Die zegt waarschijnlijk: “We zijn een artikel 12-gemeente! Hoe haal je het in je hoofd?!” Maar wij zien goede kansen om de bureaucratie op die manier terug te dringen’

* Geschreven door: Esther Barfoot

Dit interview is gepubliceerd in het boek ‘Bezielde Professionals & Pionierende Wethouders – Transformatie van de zorg voor de jeugd in zicht? geschreven door Jan Smit, partner van Broosz. In deze publicatie staan de reflecties van het onderzoek Jong in Buurt waarin de vragen ‘Hoe staat het met de transformatie van de zorg voor jeugd? & ‘Lukt het om de zorgvernieuwing die daarachter besloten ligt succesvol te laten verlopen. Klik hier om de publicatie te bestellen of te downloaden.

Werkgemeenschap in de zorg voor jeugd

Jan Smit van Broosz staat met een interview, in de nieuwe Slow Management nr 38 met het thema ‘Werkgemeenschap’, waarin hij spreekt over de versnipperde jeugdzorg en de lokale werkgemeenschappen. Lees hier het volledige artikel.

In het interview beschrijft Jan Smit de uitdagingen van de transformatie van de zorg voor de jeugd. De afgelopen anderhalve jaar heeft Broosz onderzoek gedaan naar hoe het staat met de transformatie van de zorg voor jeugd, nu de transitie is gerealiseerd en of het lukt de zorgvernieuwing die daarachter besloten ligt succesvol te laten verlopen. Broosz trok het land in op zoek naar gemeenten en wethouders die hun nek durven uit te steken en te durven innoveren. Het resultaat: mooie gesprekken tussen professionals en de lokale werkgemeenschap. In de zogenaamde transformatiedialogen met de lokale werkgemeenschap ging het over de lokale ambities, de stand van zaken van de transformatie en ieders rol daarin. Een transformatiedialoog met een werkgemeenschap is een vorm van collectief leren, een horizontale manier van leren en verantwoorden. Werkgemeenschappen ontstaan, ontwikkelen zich, leven, veranderen en sturen zichzelf.

In de publicatie Bezielde Professionals & Pionierende Wethouders – Transformatie van de zorg voor jeugd in zicht? van Jan Smit zijn de reflecties van het onderzoek beschreven. Klik hier om de gratis pdf te downloaden of een hardcopy te bestellen

Elk kwartaal biedt Slow Management Magazine inspirerende verhalen over organiseren met ruimte voor vakmanschap, samenwerken op basis van vertrouwen, en verbinden van mensen in en om de organisatie. Kijk voor meer informatie op de website: http://www.slowmanagement.nl

Praktijkdag Nieuw Verantwoorden als Motor voor de Transformatie

In samenwerking met Gemeente.nu organiseert Broosz op 10 november 2016 in Breukelen de praktijkdag Nieuw Verantwoorden als Motor voor de Transformatie in het sociaal domein.

De transformatie in het sociaal domein laten slagen door nieuw verantwoorden

Als zorgaanbieder, welzijnsinstelling of sociaal team staat uw cliënt centraal en bent u niet gebaat bij toenemende regeldruk. Hoe komt u in deze complexe situatie in gezamenlijkheid tot de zo nodige nieuwe vormen van verantwoording? Gastsprekers Annemarie van Dalen (Bestuurder van De Opvoedpoli en Care Express en toezichthouder in de gehandicaptenzorg) en Ed Vosselmans (Hoogleraar Management Control voor de publieke en non-profitsector) geven in de ochtend aan hoe u uw verantwoordingspraktijk afstemt op principes van het ‘nieuw organiseren’.

Waarom kiezen pioniers voor Nieuw Verantwoorden?

In de middag zullen René Peters (Wethouder sociale zaken, jeugd, onderwijs en integratie in de gemeente Oss) en Ruud Klarenbeek (Directeur J.P. van den Bent stichting) een praktijkcase inbrengen. Zij kiezen voor horizontaal verantwoorden in plaats van hiërarchisch. Dit stimuleert het leren en ontwikkelen van professionals. Hoe zorgen zij ervoor dat zorg en ondersteuning daadwerkelijk transformeren binnen de vereiste kaders en regelgeving?

Jan Smit van Broosz is dagvoorzitter en moderator van deze dag en zal een introductie geven over Nieuw Verantwoorden.

Meer informatie & Aanmelden

Klik hier voor details rondom het programma en de sprekers.

Klik hier om u direct in te schrijven voor de Praktijkdag Nieuw Verantwoorden.

Tijd: 09:00 – 16:30 Locatie: Van der Valk Breukelen, Stationsweg 9, 3621 LK Breukelen

Naar aanleiding van de Praktijkdag Nieuw Verantwoorden schreef Jan Smit de blogs, ‘Bureaucratische verantwoording onder vuur’ en ‘Inspirerende vernieuwing voor de jeugdzorg‘.

Inspirerende vernieuwing voor jeugdzorg

In het vorige blog – ‘Bureaucratische verantwoording onder vuur’ – werd de kritiek op het oude bureaucratische verantwoorden in zeven punten beschreven. Maar er werd ook geconstateerd dat er een verschuiving zichtbaar is dat nieuwe verantwoordingspraktijken meer opkomen.

In dit blog drie inspirerende praktijkvoorbeelden:

1. De JP van den Bent stichting

De JP van den Bent stichting die mensen met een lichte, ernstige of meervoudige (verstandelijke) beperking ondersteunt scoort al jarenlang zeer hoog op medewerkerstevredenheid en cliënttevredenheid. Bestuurder Ruud Klarenbeek is al twintig jaar bezig de zorg de volledig te organiseren vanuit de bedoeling, vanuit de leefwereld. Zijn standpunt is dat controlesystemen zich maar moet aanpassen aan de praktijk, en niet andersom. Controlesystemen beperken naar zijn mening verantwoordelijkheidsgevoel en leiden de aandacht af van waar het echt om gaat: de cliënten. Daarom vindt hij dat controlerende instanties zich moeten aansluiten bij hoe de JP van den Bent stichting kwaliteit levert en zorgvuldig met middelen omgaat, in plaats van dat de organisatie zich moeten aansluiten bij de systeemwereld. Dat heeft geleid tot een unieke positie in Nederland.

De accountants van de stichting gaan uit van het principe ‘als de cliënt tevreden is en de medewerkers tevreden zijn, dan mag je ervan uitgaan dat de geleverde zorg rechtmatig is’. De accountants werken bij deze nieuwe vorm van verantwoording met name met signalen uit de leefwereld en wonen bijvoorbeeld zorgplanbesprekingen bij. Daarnaast controleren ze of de middelen ingezet worden voor de bedoeling van de organisatie. Een prachtig voorbeeld van Nieuw Verantwoorden!

2. CoP Koplopers in Toezicht: van controle naar dialoog

Raden van toezicht die op zoek zijn naar nieuwe vormen van toezicht hebben zich met elkaar verbonden in de Community of Practice Koplopers in Toezicht die door de NVTZ (Nederlandse Vereniging van Toezichthouder in de Zorg) en Broosz wordt gefaciliteerd. Het door de participanten geformuleerde ambitiestatement is helder en duidelijk; ‘Van controle naar dialoog’. Met de vernieuwing van het toezicht wil men nauw aansluiten bij de humanisering van het organiseren van de zorg. En men ziet voor zichzelf een rol in de zoektocht naar daarbij passende vormen van organiseren, verantwoorden en toezicht houden. Men wil ‘onthecht toezicht naar toezicht op humanisering van zorg’ en ‘van toezicht als onafhankelijk naar toezicht als ontmoeting’.

3 Transformatiedialogen van de werkgemeenschap voor de jeugd: leren, veranderen én verantwoorden

In de zorg voor de jeugd wordt er geëxperimenteerd met Transformatiedialogen. Leer- en verantwoordingsplatforms waarin werkgemeenschappen voor de jeugd (alle direct bij de zorg betrokken professionals) onder de verantwoordelijkheid van de verantwoordelijke wethouders en ambtenaren reflecteren over vragen rondom de kwaliteit en transformatie van de zorg.

Binnen de Transformatiedialogen vindt reflectie plaats op de bestaande en gezamenlijke praktijk. De leden van de werkgemeenschap worden daarbij in het licht van de collectieve ambitie van de wijk of de gemeente aangesproken op hun vakmanschap en eigenaarschap (Nieuw Organiseren) voor hun eigen individuele bijdrage en hun bijdrage aan het geheel.

Zo ontwikkelt al werkend en lerend ieders vak (normatieve professionalisering), de zorg voor de jeugd binnen de wijk of de gemeente en de werkgemeenschap als geheel. En zo wordt de werkgemeenschap een motor voor het transformatieproces en krijgen wethouders een rijker inzicht in de praktijk van de werkgemeenschap en in de dilemma’s en kernthema’s die daar spelen en die om daadkrachtige politieke actie vragen.

Pak je rol

De conclusie uit het vorige blog blijft essentieel: Wethouders en bestuurders zijn aan zet. Het is tijd voor bestuurders, managers, controllers en toezichthouders om zich te laten inspireren door bovenstaande voorbeelden en zich te bezinnen op nieuwe uitgangspunten en praktijken van verantwoording.

Geschreven door: Jan Smit, partner van Broosz. 

Blog is geschreven in het kader van de Praktijkdag Nieuw Verantwoorden op 10 november.

Bureaucratische verantwoording onder vuur

De ontmanteling van het oude verantwoordingsparadigma is cruciaal voor het Sociaal Domein. Gelukkig is er een vernieuwingsbeweging aan de gang die hoopgevend is en waar veel inspiratie en lessen in te vinden zijn.

Als gemeentes vanuit hetzelfde bureaucratische en bedrijfskundige paradigma hun verantwoording blijven organiseren, dan komt de transformatie van het sociaal domein, waar op vele plekken in de zorg en gemeenten voorzichtige experimenten aan het ontstaan zijn, niet of nauwelijks van de grond. Gemeenten spelen een cruciale rol bij het realiseren van een beter en humaner werkend sociaal domein. Maar wanneer gemeenten hun opdrachtgeverschap invullen op een klassieke manier en innovatieprocessen proberen te sturen door te beheersen, controleren en regelen, zal er niet veel gebeuren. Dat betekent afkicken van het cijferfetisjisme en de bijbehorende objectiviteitsideologie.

Bureaucratische verantwoording onder vuur

De kritiek is in zeven heldere punten samen te vatten:

1. Cijfers geven op zijn best een gebrekkige representaties van de werkelijkheid.

2. Cijfers reduceren de werkelijkheid in dat wat meetbaar en maakbaar lijkt te zijn en gaan daarmee voorbij aan wat niet direct in getallen is uit te drukken.

3. Cijfermatige generalisaties verhouden zich niet tot de alledaagse complexe praktijk waarin professionals hun werk doen en waarin maatwerk de kern vormt van het professionele handelen.

4. Cijfers lokken strategisch gedrag uit. Professionals gaan zich zo gedragen, dat ‘de resultaten’ worden behaald, zoals gevraagd. Dat gaat ten koste van de dienstverlening.

5. Door het sturen op cijfers zitten er perverse prikkels in het systeem. Het realiseren van de gevraagde cijfers wordt belangrijker in het werk dan het realiseren van de best mogelijke oplossing voor burgers.

6. De nadruk op cijfers corrumpeert de interne motivatie van professionals.

7. De kosten en administratieve lasten zijn niet in verhouding met de opbrengsten van het gebruik ervan.

‘Zodra accountants aan de slag gaan en hún paradigma op de praktijk drukken, dreigt het mis te gaan’, aldus een wethouder binnen het onderzoeks- en ontwikkelingstraject Jong in de Buurt. ‘Cijfers dienen aanleiding te geven tot reflectie en gesprek. Maar door de dominantie van het accountantsdenken zijn we daar ver van weggeraakt. Het cijferfetisjisme viert hoogtij.’ Kwantitatieve meting ten behoeve van aansturing van boven is zwaar overschat.

Nieuw Verantwoorden: van nieuwe uitgangspunten naar nieuwe verantwoordingspraktijken

Het denken over verantwoorden is dan ook gelukkig heel voorzichtig aan het verschuiven. De kernpunten van Nieuw Verantwoorden zijn:

• Vakmanschap, Verbinding en Vertrouwen 

Vertrouwen in de vakmensen is het uitgangspunt. Verantwoorden heeft niet als doelstelling om te controleren, maar om rekenschap te geven van het handelen in de praktijk.

• Dialoog en narrativiteit 

In het verantwoordingsproces wordt de objectiviteitsideologie verlaten. Verhalen, ervaringen uit de praktijk van vakmensen en burgers (narrativiteit) en de dialoog over kansen, uitdagingen, dilemma’s en ingewikkeldheden uit de leefwereld vormen het hart van het verantwoordingsproces.

• Leren en verantwoorden ván, vóór en dóór de leefwereld

De verantwoordingsvormen zijn leer- en verantwoordingsprocessen ván, vóór en dóór de leefwereld. Het zijn ontmoetingen van vakmensen onderling, van vakmensen en burgers/cliënten, en van vakmensen en burgers/cliënten en bredere groepen belanghebbenden, zoals raden van bestuur, toezichthouders, wethouders en raadsleden en vertegenwoordigers van de buurt.

• Gegevens altijd in dialoog 

Kwantitatieve gegevens spelen een beperkte kritische of voedende rol en er wordt in dialoog gezamenlijk betekenis aan gegeven.

• Lerend Organiseren 

De verantwoordingsprocessen zijn een vorm van lerend organiseren; door de publieke reflectie hebben ze zowel een leerfunctie (wat kan er beter en anders) als een verantwoordingsfunctie (uitleggen aan belanghebbenden waarom er zo gehandeld is).

En er zijn op basis van die nieuwe uitgangspunten nieuwe verantwoordingspraktijken aan het ontwikkelen. Praktijken die congruent zijn met de zich vernieuwende praktijken van zelfsturende teams en werkgemeenschappen. Die nieuwe verantwoordingspraktijk is een bestuurlijke randvoorwaarde voor de transformatie.

Wethouders aan zet!

Wethouders hebben een uiterst belangrijke rol in het uitdragen van de collectieve ambitie en het realiseren van een leerklimaat. De gedrevenheid en het oprechte zoeken van wethouders zelf werkt aanstekelijk voor de werkgemeenschap. Als het leren op gang komt, ontstaan onverwachte verbindingen en mogelijkheden. Maar daar moet wel ruimte voor worden gecreëerd.

De kanteling naar het nieuwe zorgparadigma kan overal beginnen. Maar wethouders spelen een niet te onderschatten rol om de vernieuwing te omarmen en daarmee aan de slag te gaan. Het tegengestelde is ook waar. Toezichthouders kunnen als regimebewakers van het oude denken ook de vernieuwing in de kiem smoren. Als de verantwoordingspraktijk niet meebeweegt met deze praktijk, dan zal ze in de kiem smoren. Tijd voor bestuurders, managers, controllers en toezichthouders om zich te bezinnen op deze nieuwe uitgangspunten en praktijken.

Geschreven door: Jan Smit, partner van Broosz.

Blog is geschreven in het kader van de Praktijkdag Nieuw Verantwoorden op 10 november.

Broosz in Brussel

Ook in andere landen van Europa zijn pioniers te vinden die hun werk op een andere manier willen organiseren. Een welkome verandering, gezien de oude manieren van organiseren geen uitkomst meer lijken te bieden voor de complexe en veranderende ‘Europese samenleving’. Broosz faciliteert deze beweging nu ook voorzichtig over de grens.

Het hart van Europa

In het hart van Europa, de Europese Commissie, zijn ook pioniers bezig met de transformatie van klassiek organiseren naar nieuwe vormen van organiseren. Broosz gaat volgende week aan de slag in Brussel bij een uitvoerend orgaan van de Europese Commissie. Jan Smit en Georgette Kempink hopen bij te kunnen dragen aan de ontwikkeling van pioniers met vernieuwende initiatieven en experimenten in een sterk bureaucratische context.

Pioniersnetwerken

Waar pioniers actief zijn, samenkomen, kennis delen en leren, is ook Broosz te vinden. Zo is Broosz al jaren geleden gestart met een leernetwerk van vernieuwers (CoP Nieuw Organiseren). Ook zijn er over de grens soortgelijke initiatieven. Bijvoorbeeld in Spanje. Eugenio Molini, een collega uit het Gestaltnetwerk van Broosz, heeft veel aandacht voor internal change agents en brengt ze samen in een leernetwerk GAIT. GAIT betekent: Guild of Agents for Intentional Transformation. In dit leernetwerk komt ook het ‘anders veranderen’ aan bod. ‘Hoe word je van een Change Agent een Transformation Agent?’. Georgette Kempink is gevraagd haar kennis te delen en bij te dragen aan dit pioniersnetwerk.

Vitale onderstroom

Het is deze vitale onderstroom van pioniers die vanzelfsprekendheden in de eigen organisatie op de kop zetten. Verbindingen tussen pioniers zijn cruciaal. Pas als andere pioniers in Europa denk- en werkwijzen overnemen wordt de kans groter dat er een nieuwe praktijk ontstaat. Een sociale revolutie in Europa!

Doe jij ook mee?

Nieuw Organiseren Festival 6 oktober!

Kom 6 oktober naar het Nieuw Organiseren Festival 2016 georganiseerd door de coöperatie nieuworganiseren.nu. Broosz is er ook bij. Je bent welkom op 6 oktober 2016 – van 10.00 – 17.00 uur in de Prodentfabriek, Oude fabrieksstraat 20, 3812 NR in Amersfoort. Voor het Broosz Netwerk zijn er 10 kaarten voor € 100,00 beschikbaar. Ben je geïnteresseerd? Stuur een mail naar info@broosz.nl.

Books, Broosz & Barista

Als partner van de coöperatie nieuworganiseren.nu staat Broosz op het festivalterrein met Books, Broosz & Barista. Broosz faciliteert de ouderwetse koffie- en leestafel in één. Kom langs en ontmoet auteurs, lezers, de Broosz Barista’s met hun lekkere cappuccino of espresso en vraag naar hun ervaring met Nieuw Organiseren. Voel je vrij aan de koffiebar te blijven hangen met jouw veranderverhalen.

Boeken ruilen kan!

Heerlijk al die boeken over veranderkunde en verhalen van ervaringsdeskundigen? Dit is de plek voor boekenliefhebbers die lekker willen snuffelen. Het is ook dé plek om aandacht te krijgen als auteur voor je eigen boek. En het is dé plek om oude boeken te ruilen. Graag zelfs! Neem dus vooral een stapeltje boeken of tijdschriften mee.

Nieuwsgierig naar het hele programma van die dag. Bekijk hier de volledige Line Up van het Nieuw Organiseren Festival.

Kom je ook? Je bent hierbij van harte uitgenodigd.

 

Transformatie van de zorg voor de jeugd in zicht?

Broosz heeft de afgelopen anderhalf jaar onderzoek gedaan in het veld naar de stand van zaken van de transformatie van de zorg van de jeugd. In de publicatie ‘Bezielde Professionals & Pionierende Wethouders – Transformatie van de zorg voor de jeugd in zicht?’ deelt Jan Smit (projectleider) zijn kerninzichten en reflecties. Ontvang gratis de pfd van de publicatie.

Kernvragen

De kernvragen bij de start van het onderzoek waren:
– hoe staat het met de transformatie van de zorg voor de jeugd, nu de transitie is gerealiseerd?
– lukt het om de zorgvernieuwing die daarachter besloten ligt succesvol te laten verlopen?

Onderzoeksaanpak

Met deze vragen trok Broosz, op verzoek van de Stichting Innovatie Jeugdzorg en gefinancierd door de Bernard van Leer Foundation, de provincie in. De zoektocht naar pioniers bracht ons in Diemen, Oss en omstreken en op Walcheren. Daar organiseerden we samen met de wethouders René Peters (Oss), Ruud Grondel (Diemen) en Albert Vader (Vlissingen) de Transformatiedialoog. Ontmoetingen met de vertegenwoordiging van alle professionals die bij de zorg voor de jeugd een rol hebben. Het idee achter deze aanpak is glashelder: het zijn immers de vakmensen, de vrijwilligers, de ouders en kinderen, kortom de mensen uit de leefwereld zelf, die de vraag kunnen beantwoorden of de transformatie op dreef is of niet?

Inzichten en nadere reflecties

De inzichten en reflecties worden in de publicatie afgewisseld met interviews van vakmensen uit de werkgemeenschappen, eveneens komen de drie wethouders uit Diemen, Oss en Walcheren aan het woord. Er wordt ingegaan op de essenties van Nieuw Organiseren, Leren, Veranderen en Verantwoorden, aspecten die cruciaal zijn om de transformatie te laten slagen. Ook wordt het idee van de werkgemeenschap uitgewerkt en wordt de methodiek van de Transformatiedialoog uiteengezet als vorm van Nieuw Leren en Verantwoorden.

Gratis ontvangen van de publicatie

Nieuwsgierig naar de reflecties en inzichten? De publicatie rijkt wegen aan om niet te blijven ronddraaien in ‘fatale leerprocessen’, maar de transformatie opgave structureel aan te pakken. Jan Smit (bereikbaar via mail jan@broosz.nl of mobiel (06 48 27 63 74) partner van Broosz, projectleider van het onderzoek, is auteur en samensteller van de publicatie.

Vul onderstaand je gegevens in om de pdf van ‘Bezielde Professionals & Pionierende Wethouders’ gratis te ontvangen. Schroom niet om contact op te nemen om in gesprek te gaan!

[formidable id=9]

Broosz CoP Nieuw Organiseren van start. Deelname nog mogelijk!

Op 23 juni jl. is Broosz met een nieuwe groep pioniers van start gegaan. In de Community of Practice Nieuw Organiseren brengen we een rijk en divers veld van pioniers samen. Door de gedeelde ambitie en de vergelijkbare veranderpraktijken ontstaat een rijke leeromgeving voor Nieuw Organiseren pioniers.

Missie

De missie van dit leernetwerk is om pioniers vanuit verschillende sectoren (zorg, bank, onderwijs, welzijn, overheid etc.) en vanuit verschillende rollen met elkaar te verbinden. Om elkaar te inspireren, te versterken en om zo de beweging richting Nieuw Organiseren verder door te zetten in de eigen werkomgeving. Daarnaast brengt de Community of Practice nieuwe inzichten naar buiten die interessant zijn voor iedereen die bezig is met een soortgelijke transformatie.

Aanmelden kan nog!

Belangrijk uitgangspunt van het leernetwerk is dat het cross-sectoraal is. De CoP Nieuw Organiseren 2016 bestaat uit nu uit een groep pioniers van:

  • GGD West-Brabant, publieke zorg
  • Gors, gehandicaptenzorg en ondersteuning
  • Juvent, jeugd en opvoedhulp
  • Nationale politie, veiligheid
  • Youké, jeugd en opvoedhulp
  • Hogeschool Arnhem Nijmegen, onderwijs
  • ING, bancaire sector
  • Opella, zorg, welzijn en wonen
  • Gemeente Amsterdam, overheid

Er zijn nog een paar plekken. Idealiter sluiten er nog participanten aan uit bijv. de lokale overheid, financiële sector, mkb en non-profit. Heb je interesse om deel te nemen meld je dan vóór 1 november aan door een mail te sturen naar georgette@broosz.nl.

Voor meer informatie over data, kosten en aanpak klik hier.

 

‘Durf voor humaan te gaan’

‘Durf voor humaan te gaan!’ Dat is de oproep van Jan Smit van adviesbureau Broosz op de Leerconferentie Jong in de Buurt op 30 juni 2016 in Ede. ‘Met de leefwereld als uitgangspunt voor de jeugdzorg en niet de systemen.’ Tijdens de interactieve leerconferentie delen wethouders, bestuurders en professionals uit het jeugddomein de inzichten van het onderzoek Jong in de Buurt.

Het onderzoek Jong in de Buurt is inspirerend vorm gegeven. Om de vraag ‘Hoe ver zijn we met de Transformatie in de jeugdzorg?’ beantwoord te krijgen, werden geen vragenlijsten aan de betrokkenen uitgestuurd, maar ontmoetingen georganiseerd. Ontmoetingen waarbij professionals en betrokkenen uit de hele jeugdzorg − van jongerenwerkers, GGZ-medewerkers, gezinsmanagers, adviseurs van de Raad voor de Kinderbescherming, politiemensen en leerkrachten uit het bijzonder onderwijs tot moeders, ambtenaren en wethouders – diepgaand in gesprek gingen met elkaar.

En met succes. De deelnemers aan deze zogenaamde Transformatiedialogen, een serie ontmoetingen in ieder van de drie deelnemende gemeenten Oss, Vlissingen en Diemen, hadden al jaren niet meer – en misschien wel nooit – in zo’n grote groep met elkaar gezeten. ‘De werkgemeenschap’ noemt Jan Smit deze professionals bij elkaar. ‘Een verademing’, zeggen de professionals zelf. ‘Leerzaam.’ En: ‘Ik weet nu eindelijk wie van de partners ik moet hebben.’

Telefoonnummers uitwisselen

Niet voor niets is één van de inzichten van het onderzoek Jong in de Buurt dat de jeugdzorgprofessionals grote behoefte hebben aan ontmoeting, verbinding en samenwerking. Jan Smit: ‘Er wordt ontzettend veel georganiseerd in de jeugdzorg, maar het eenvoudige organiseren, om te zorgen dat het werk goed gebeurt – telefoonnummers uitwisselen, elkaar ontmoeten – is er vaak niet.’

Wat ook duidelijk is geworden uit de gesprekken, is dat er veel gedreven professionals werkzaam zijn in de jeugdzorg, die af en toe, waar nodig, ‘bezield ongehoorzaam’ zijn en zich niet houden aan protocollen en regels, als de situatie daar om vraagt. En uit de gesprekken en de leerconferentie bleek ook dat de interdisciplinaire teams die veel gemeenten hebben opgezet – Brede Hoed-teams, Samen Doen-teams, Portos of hoe ze ook mogen heten – hun vruchten afwerpen. ‘We lossen zaken op die vijf jaar vast zaten.’

Groeiende bureaucratie

Maar het is ook duidelijk dat die bezielde professionals steeds meer last hebben van de groeiende bureaucratie. Van hun eigen organisaties die zich (moeten) gedragen als marktpartijen. Marktpartijen die ‘producten en diensten’ verkopen, die moeten worden verantwoord in uren en productiecijfers. Die ‘genoeg opdrachten’ in portefeuille moeten hebben. Die onderlinge afstemming tussen professionals ‘niet efficiënt’ vinden. Van wie de professionals niet altijd de gevraagde openheid mogen geven aan hun samenwerkingspartners, omdat dit ‘concurrenten’ zijn. Gevolg: hulpverleners worden gestimuleerd op hun eigen postzegel bezig te blijven, een versnippering die de zorg voor cliënten enorm veel ingewikkelder en belastender maakt.

Catastrofaal leerproces

En de bureaucratische bezwering ‘1 gezin, 1 plan, 1 regisseur’, die de Transformatie begeleidt, lost dit niet op. ‘De Transformatie heeft sterke kenmerken van een catastrofaal leerproces,’ waarschuwt Jan Smit. Hij citeert hierbij filosoof Arnold Cornelis: ‘Er is sprake van een catastrofaal leerproces als we oplossingen zoeken binnen het systeem waarin het probleem is ontstaan.’ Na de Transformatie is de jeugdzorg nog steeds nagenoeg hetzelfde georganiseerd als daarvoor, zegt Smit. Nog steeds is de zorg verkokerd en top down georganiseerd, waarbij de beslissers en de denkers de handjes aansturen. Anders, nieuw of vanuit de vakmensen organiseren staat nauwelijks op de agenda.

‘Er zijn maar twee manieren van organiseren, mensen!’ doet organisatieactivist Jaap Peters er een schepje bovenop. ‘Verticaal vanuit het systeem of horizontaal vanuit de cliënten en de vakmensen. En-en kán niet! Dus begin morgen met het overal doorkrassen van het woord manager. Geef de vakmensen een pasje van de zaak. En, professionals, organiseer je via een Whatsapp-groepje. Dan heb je al een horizontale organisatie.’ Maar, waarschuwt Peters ook: ‘Het werkt alleen als het verticale vlak meedoet. Als het verticale vlak ruimte geeft voor humaniteit op het horizontale vlak.’

Vernieuwingsgezinde wethouders

‘De wethouders kunnen dat regelen!’, roept Smit enthousiast. En de vernieuwingsgezinde wethouders van de drie gemeenten die meedoen aan Jong in de Buurt, doen dat ook al volop. Niet voor niets hebben zij zich opgegeven voor het onderzoek. René Peters, Ruud Grondel en Albert Vader, wethouders Sociaal Domein in respectievelijk Oss, Diemen en Vlissingen, steken alle drie hun nek uit. Op zoek naar manieren waarop zij de vakmensen in de jeugdzorg ruimte kunnen geven om hun werk humaan te doen. Nu willen ze de beweging die door Jong in de Buurt is ingezet in hun regio samen met de werkgemeenschap uitbouwen.

Daadkracht

En ondertussen doen de vakmensen hun ding. Mooie voorbeelden passeren de revue tijdens de leerconferentie. Jongerenwerker Zakaria staat aan het begin van de dag in het middelpunt van de aandacht als zijn verhaal wordt voorgelezen. Over hoe hij het vertrouwen won van een dakloze jongen die niemand vertrouwde. Ook het verhaal van Gisela wordt voorgelezen. De jonge medewerkster van Veilig Thuis, die de gewaagde beslissing nam om een baby met een schedelfractuur niet uit huis te plaatsen, omdat de ouders veel berouw en daadkracht toonden en een warm netwerk om zich heen hadden. Sandra Folkerts, coördinator Transformatie van de gemeente Diemen, vertelt in de pauze hoe zij en haar collega’s hebben besloten om geen beschikkingen voor zorg meer af te geven. ‘Instellingen kunnen prima zelf bepalen welke zorg ze verlenen.’

Ook de blauwe collega’s

Door de ‘blauwe collega’s’ in de organisaties – juristen, accountants of inkopers – worden dit soort beslissingen niet altijd begrepen. Zij nemen de wetten en regels vaak zeer letterlijk en leven ze strak na. Daarom zegt René Peters: ‘Ik vraag niet meer aan de juridische afdeling: “Mag dit?” Maar ik zeg: “Ik ga dit doen, kun jij zorgen dat ik gedekt ben?”’ Ruud Grondel voegt toe: ‘Wij moeten naar een werkgemeenschap waarin de juristen, accountants en inkopers óók meedoen.’

Autonomie van de vakmensen

Belangrijk is het voor een goede jeugdzorg om de vakmensen de ruimte te geven voor humane zorg. Dat vraagt om autonomie van de vakmensen, maar wél: relationele autonomie. Dat je samenwerkt met de andere professionals in jouw werkgemeenschap. Vanuit dezelfde principes, waarover jullie regelmatig in gesprek zijn met elkaar. Autonomie in geborgenheid van je collega’s.

De verhalen van zeventien professionals, interviews met de pionierende wethouders en de onderzoeksresultaten van Jan Smit zijn verschenen in het boekje ‘Bezielde professionals & Pionierende wethouders’. Deze publicatie is op te vragen in pdf-formaat door een mail te sturen naar info@broosz.nl

Tijdens het onderzoek Jong in de Buurt, waarvan de kerninzichten zijn gepresenteerd tijdens de Leerconferentie Jong in de Buurt op 30 juni, is de aanpak van de transformatiedialoog ontwikkeld. Klik hier voor meer informatie over de transformatiedialoog of bekijk het filmpje.

Het onderzoek Jong in de Buurt is gefinancierd door Stichting Innovatie Jeugdzorg, Associatie voor Jeugd en de Bernard van Leer Foundation en is opgezet door Broosz.

Geschreven door: Esther Barfoot